maandag 7 juli 2008

Hieronder het dagboek van mijn reis naar het hof van de shogun in Edo.

Begin te lezen vanaf 15 februari om het verhaal chronologisch te volgen

Op de 7de kwamen we eindelijk, door onze landgenoten op Deshima ingehaald, na een afwezigheid van bijna vijf maanden, behouden aan.

zondag 6 juli 2008

[6 juli]
Van hieruit zetten wij ’s morgens om 6 uur onze reis naar Isahaja voort in het gezelschap van enige vrienden die ons vanuit Nagasaki tegemoet gekomen waren. Hun aantal groeide in ieder dorp. In het dorp Jamaki bleven we overnachten. – Hier werden echter onze goederen pro forma onderzocht en door de opperbanjoost verzegeld en we werden gevraagd of we geen baar Japans geld meer over hadden. Van de directeur werd zijn geldkistje waarvan bekend was geworden dat het meerdere duizenden aan contanten bevatte, officieel gevorderd. – hetgeen nog nooit eerder gebeurd was.

zaterdag 5 juli 2008

de 5de
Vanuit Uresino loopt een bergweg die aangenaam is voor voetgangers, maar lastig voor dragers en lastdragers naar de oude beroemde kamferboom, waar we ons met thee verfristen. Ik had mijn tekenaar vooruit gestuurd om een schets te maken van deze buitengewoon grote kaferboom. Nu daalden we weer af in het dal van Sonogi en genoten van een zeer bekoorlijk uitzicht op de baai van Omura.
In Sonogi hielden we middagpauze en zetten langs het strand onze reis voort naar de stad Omura. Het was een drukkende hitte, de thermometer steeg ondanks de hier waaiende zeewind naar 90º Fahrenheit [32 ºC]. Het gebergte dat wij gisteren en vandaag bestegen draagt overal het stempel van vulkanische omwentelingen, die naast de eerder aangegeven kenmerken het voorkomen van zwavel en met holten gevulde basaltblokken overal verkondigden. De vegetatie van de bergen waar we nu doorheen trokken, eigenlijk alleen maar middelmatige heuvels, was uiterst weelderig, en de flora bijna hetzelfde als die op bergen van dezelfde hoogte in de omstreken van Nagasaki. Wij kwamen zeer vroegtijdig aan in Omura en kregen hier bericht van onze vrienden op Deshima die reikhalzend afwachten ons weer te zien in goede gezondheid. Omura heeft 40 straten en zou 20.000 inwoners hebben. De totale bevolking van de kori Omura beloopt 110.000 zielen. Het kasteel van Omura.

vrijdag 4 juli 2008

de 4de
Nog altijd voert de weg door vruchtbare vlakten, voor het grootste deel rijstvelden, waar de boeren bezig zijn met de bewerking, het verplanten, het wieden van het gras, en het bewateren met tredwatermolens: bij onze doortocht doorstaan wij een grote hitte, die door de windstilte in het vochtige dal nog ondragelijker wordt. Het is een onaangenaam gevoel, onder zulke omstandigheden gedragen te worden door mensen die door de last en hitte bijna neergedrukt worden. Het is maar goed dat ze zelf het vernederende en harde van hun bestaan niet voelen zoals wij, want hier, waar ze hun brandende dorst gelest hebben met water dat haastig geschept is uit kuipen die voor de boerenhuizen op de weg zijn gezet, beginnen ze met elkaar grappige gesprekken waarvan wijzelf meestal het onderwerp zijn.


Salix sp.

Wij wekken bij de gemiddelde Japanner vaak verbazing of lachen op (uiteenzetten).
Wij hielden middagpauze in Tsukazaki. Kwamen door het Sansagatooke gebergte in Uresino. De flora van dit gebergte is bijna hetzelfde als rondom Nagasaki, de hogere bergruggen zijn doorgaands begroeid met grassoorten als Anthistiria, Andronogon en Erianthus, en verder heel lage vergroeide struikjes zoals: Smilax China, Vitis soorten, Rozen, Quercus serrata Th., bergwilgen, Dolichos soorten, vergroeide Pinus, Eleagnus, Euria’s – Rubus Indigofera – en andere enige struikachtige kruiden. We kwamen voor een dorp een lijkstoet tegen. Het was een kind, dat pas gestorven was aan de pokken, dat men naar een graf bracht (beschrijving van de lijkstoet). Uresino beroemd door het verbouwen van thee (over de thee)


Theemonsters, collectie Volkenkunde

donderdag 3 juli 2008

verlaten bij het aanbreken van de dag [3 juli] onze kwartieren. Vandaag trekken we weer door de vruchtbare vlakten van de landstreek Hizen, die wel het rijkste is aan rijstvelden, die ik tijdens mijn reis heb gezien. Men heeft ook hier kortgeleden rijst verplant en is hier en daar zelfs nog met het verplanten bezig.
De buitengewone hitte schijnt nadelig te zijn voor het verplanten van rijstplantjes, die over het algemeen geel zijn. Ook hebben de velden te weinig water gekregen, wat is toe te schrijven aan de huidige droogte, juist in de regentijd; hoewel daarvoor ook rekening mee is gehouden door overal in de bergen aangelegde meertjes (uitweiding) We hielden middagpauze in Kansaki en kwamen na het afleggen van enkele mijlen in Hakao, waar een menigte nieuwsgierigen uit de stad Saga, waaronder ook het gezin van de vorst van Hizen was, ons opwachtte.
Wij trokken hierna door de stad Saga, de grootste stad van Kiusiu – zeer dicht bevolkt, met haar voorsteden strekt zij zich uit over 2½ Japanse mijlen. Maar ik zag weinig grote winkels. Wel was er een lastige menigte bedienden van de vorst met twee sabels die samen met een grote groep ons bekijkende mensen, de met 92º gloeiend hete atmosfeer nog ondragelijker maakte.
We kwamen met het invallen van de avond aan bij Isits.
NB in de kanalen aangelegd voor de bewatering van de rijstvelden, zag ik enkele merkwaardige gewassen zoals Nymphaea odorata, Trapa natans – en Euryale ferox.
Een rijstsoort, wase,is al eerder verplant en staat er nu zeer weelderig bij, terwijl ze er eerst zeer verkommerd bijstonden.
We worden door de soldaten van de Landheer met zeer veel vertoon door het land begeleid – de weg in heel goede staat. –

woensdag 2 juli 2008

de 2de
Breken op bij het aanbreken van de dag, trekken door de gebergten Iketajama, Hoomantake. Aan de voet en op de top van het Hijomistoke gebergte wordt volgens oud gebruik sake gedronken. De waard had de eerder gegeven opdracht om de zeldzaamste gewassen van deze streek te verzamelen, slecht uitgevoerd en mij slechts enkele struikjes gegeven, waaronder echter een zeldzame Daphne was.


Daphne genkwa Sieb. & Zucc.

Een misselijkheid die ik al vanaf Kokura had, liet het bij een hitte van 92º Fahrenheit niet toe zelf de flora van dit gebergte te onderzoeken. Uit datgene wat ik toch vanuit mijn norimono zag, was er naast de gewoonlijke bergplanten op Kiusiu niets bijzonders: Mijn leerling R[y]osai doorzocht het en bracht me enkele onbekende bomen, die ik eerder in het gebergte ………… op Nippon had gevonden, onder andere ook een Atropa [opm. later toevoegen] (en voor de botanische tuin meegenomen en een Atropa )
In een dorp trok de opvallende vorm van de oogleden van een vrouw in het bijzonder mijn aandacht en leverde het bewijs voor mijn eerder opgestelde mening dat met name bij meer en meer ingedrukte os nasi, deze plek breder en de bovenste oogleden meer en meer over de onderste naar beneden getrokken worden. Hier hadden de bovenste oogleden de onderste zo zeer overdekt, dat er slechts een hele kleine ruimte voor de oogappel overbleef – en vanuit de verte had ik de vrouw voor bijna blind gehouden.….
We vervolgden onze reis via Jamae en kwamen ’s avonds zeer verhit .…. in Dasiro aan.
We kregen vanwege onzalige aantallen muskieten, deze lastige gasten hier ter plaatse, weinig nachtrust

dinsdag 1 juli 2008

De 1ste juli
Op de 1ste verlaat ik (uiterst verzwakt) Kokura. Trek door het vroeger beschreven prachtige landschap, waarvan de vegetatie in groot contrast staat met [die van] de zojuist bezochte eilanden. – veel rijstvelden – men verplant hier de eerste rijst: Middagpauze in Kojanose – ’s avonds in Jitsuka.

maandag 30 juni 2008

de 30ste
verlaten Shimonoseki in de namiddag, steken over naar Kokura: (bericht over het vaarwater). laat zoveel mogelijk diepte peilen –(word ’s avonds overvallen door een zeer zware hoofdpijn; zodat ik niet in staat ben deze en de volgende dagen te werken. Crisis door een enorm zweten – Voetbaden, 20 bloedzuigers. Beschrijving van deze hevige aanval en van cholera.

zondag 29 juni 2008

de 29stejuni
Kreeg het document voor de Straat van der Kapellen. Bezoeken van mijn vrienden (berichten over Shimonoseki).

zaterdag 28 juni 2008

de 28ste
Namen de middagbreedte en kompasobservaties van het eiland Iwamisima en himesima, en bevonden ons volgens deze op (…?…) niet zo ver van Shimonoseki.
Het eiland Himesima kan voor zeevaarders, die aangekomen zijn bij de Straat van der Capellen, en door de Straat tussen Sikoku en Kiushiu in de hoge zee uit willen varen, als de beste wegwijzer dienen, waarvoor Kaap Tsuru Saki, die men nog eerder duidelijk herkent ook een goed houvast biedt. Op de hoogte van Himesima zal men, wanner men de oost spits van het eiland omzeilt, de Straat in de hoge zee niet kunnen missen, en ik geloof door een juiste weergave van deze beide punten bekwame zeevaarders een kleine dienst te hebben bewezen.
Daar de invallende nacht mij liet vrezen dat ik geen tijd zou hebben om vóór het inzeilen van de straat enkele schetsen voor de herkenning van het land te laten maken, probeerde ik nog door een op verdere afstand gemaakte tekening voor landherkenning wat hulp te bieden. De berg Dairi, de landspits Misaki en Motojama, de laatste peilde ik met de berg Himojama N. + W. 68º, zijn bij het inzeilen goede punten om West en later meer N. aan te houden. Tussen de bergen van de landstreek Nagato bij Tsoof en de berg Himojama ligt de ingang van de Straat. Ik wil wel geloven dat de vaartuigen van de Japanners bij de zo regelmatige vaart naar Shimonoseki wel de beste loodsen zouden zijn en deze zee is altijd gevuld door hun schepen.
We blijven ’s nachts onder zeil. In het donker van de nacht kon ik tot mijn grote verdriet geen kompaswaarnemingen meer doen. Ongeveer een mijl van Danoura liet ik peilen en vond 4-4½ vadem [7.5 m], maar meer in de richting van de Straat werd de zee dieper: Omdat we snel door de Straat heen dreven, kon het peillood vanaf het schip maar driemaal uitgegooid worden en ik vond 6½, 7. 7. vadem. Maar ’s morgens gaf ik mijn leerlingen meteen de opdracht de straat precies te peilen: zo als men op de kaart kan zien: We kwamen om omstreeks twee uur op de rede van Shimonoseki waar we op 5 vadem het anker uitwierpen. Gaan in de ochtend aan land, vonden al mijn dieren en levende planten die al eerder met schepen opgestuurd waren in een goede toestand.

vrijdag 27 juni 2008

de 27ste
Ongunstige wind, overigens goed weer. Blijven voor anker liggen. Tegen 10 uur begeef ik me met Dr Bürger aan land. Kijken rond in Shimonoseki; een stadje van ongeveer 250 huizen en 2000 zielen. De beschermd liggende, veelbezochte haven geeft de bewoners een rijke bron van inkomsten. In een daar aanwezige tempel die aan Ab’tono Kwanon is gewijd, werden wij verwacht op bevel van de landheer. Wij beiden konden er echter, hoewel de priesters ons ook herhaaldelijk verzochten, niet goed heengaan, omdat onze gezant een door de priesters feestelijk aangeboden geschenk, bestaande uit groente van het jaargetijde, had geweigerd. Al 16 jaar waren hier geen Hollanders aan land geweest, en toch werd het eenmaal gegeven gastvrije bevel van de landheer zo strikt gevolgd. Zouden ze in de toekomst ook nog zo vasthouden aan deze gastvrijheid?


Albizzia julibrissin Durazz. , collectie NHN

We verfristen ons in een theehuis, waarna een zeer dienstwillige man, een schilder met de naam Murawozen Iorowo, ons meenam naar het gebergte dat in de omgeving van Kaminoseki ligt. Op de ruggen en dalen van de heuvel werd weinig verbouwd. Op dat moment werden er slechts bonen (Phaseolus atsugi) jap. verbouwd) De flora van de heuvels die we bestegen bestond uit cypressen, Quercus cuspidata en Quercus glauca Th., Eleagnus soorten, Mimosa arborea, Aralia mids’te, een beuk, Ligustrum jap., Dolichos polystachios en Lauraceen met Bladhia villosa, Bladhia japon[ica], Chloranthus Japonic[us], Phryma leptostachia en enkele ook nu niet bloeiende kruiden en grassen doorgroeid. Hogerop vond ik Aralia soorten, Pinus, Andromeda.


Pinus sp.

Op de top van een heuvel werd ik verrast door een met op elkaar gestapelde stenen aangeduide grafheuvel. Hier zouden lang geleden de zes krijgers van Nobunaga in een schermutseling gedood en begraven zijn. Dit eenzame grafmonument was zelfs nu versierd met bloeiende takken van Azalea en sparrenwaaiers en daarom was de herinnering aan de helden na zoveel honderden jaren misschien door een eenvoudige landman geëerd.
Onze leidsman bracht ons naar zijn vlakbij bij de uitgang van de nauwe doorgang naar Kamninoseki-seto gelegen huis, waar we enkele van zijn tekeningen bekeken, en ik hem verzocht, een tekening van Kaminoseki en de engte te maken (die ik ook kreeg)3. Daarna begaven we ons weer aan boord. ’s Middags ging ik met een kleine boot naar de engte, om de diepte ervan te bepalen. Ik wierp in verschillende richtingen het lood uit, waaruit bleek, dat bij juist intredende eb het vaarwater ongeveer in het midden doorgaans 5-6 vadem en aan beide zijden aan de rotsige oevers 2-3 vadem bedraagt. Naar de haven wordt het 7-10 of meer, en zo blijkt dat deze haven ook goed te bezoeken is voor Europese schepen, die hier een heel voordelige ankerplaats zouden vinden, waarvoor ze iedere vissersboot als loods kunnen volgen tot op de hoogte vanwaar ze de spits van Sikoku en de NO spits van Kiushiu in zicht krijgen. We bezochten hierna Murotsu op de Z.W. kant van Nippon, een kleinere en minder bezochte plaats dan Kaminoseki; de doorgaands slecht onderhouden woonhuizen veraadden gebrekkige omstandigheden. Van hieruit werden we naar onze boten geroepen, die op aandringen van de gezant nog ‘s avonds onder zeil gingen, maar vanwege te weinig wind alleen maar gesleept konden worden. ‘s Morgen bevonden we ons nog steeds, weinig gevorderd, in het gezicht van Kiushiu, waar een goede gelegenheid was voor een lengteobservatie.


Chloranthus glaber

donderdag 26 juni 2008

de 26ste
Nog altijd harde wind en regen. Daarom is het bij geheel betrokken horizon door het herkennen van land (het enige middel van de Japanners hier in dit land om te zeilen) moeilijk om de weg te vinden; blijven daarom voor anker liggen, gaan echter ’s middags bij een iets opgeklaarde hemel onder zeil, lopen ’s avonds door de Kaminoseki passage binnen in de haven van Kaminoseki. In de avond en ’s nachts harde wind. –
De baromether gevallen naar 27’’. Eerder bestendig op 28’’1’’’-2’’’ Thermometer 69º [ 20 °C], Hygrometer 55º . -- -- -- (Over de in bepaalde fasen van de maan optredende stormen in Japan)

woensdag 25 juni 2008

de 25ste
Komen door de bovengenoemde passage en laten in de morgen van de 25ste voor Miterai de ankers vallen.
Er komen enkele patiënten uit Miterai om mij te consulteren, waaronder een zeer knap zeventienjarig meisje die volgens haar moeder soms aanvallen van Andromanie had: Ik gaf de moeder naast een voedings- en psychologisch recept ook de raad de dochter vroegtijdig een man te geven, hetgeen de dochter vriendelijk lachend zeer goed opnam (ze uitte ook de wens, met onze boot mee te mogen varen naar Shimonoseki ,om onder mijn toezicht de kuur te kunnen gebruiken) Het is opmerkelijk hoe nationaliteiten zelfs in de symptomen van een psychische ziekte te herkennen zijn: zo verfde het meisje bijvoorbeeld bij aanvallen van de ziekte haar de tanden zwart (het algemene teken van een getrouwde vrouw).
Gunstige oostenwind. Het begint tegen de avond fris te waaien, we gaan daarom westelijk van het eiland Kamuro voor anker, ’s Nachts harde wind met plensregen; tegen 3 uur in de morgen storm: moeten meerdere ankers uitwerpen om niet weg te drijven; gelukkig waait de storm uit het oosten, van de kant van het eiland.

dinsdag 24 juni 2008

de 24ste
Nog altijd ongunstige wind. Worden door visserboten van eiland naar eiland gesleept; en laten ’s avonds op ongeveer drie mijl van Miterai de ankers vallen. Rond middernacht bij opkomende vloed verder gesleept.

maandag 23 juni 2008

de 23ste
Werden ’s morgens met sleepboten de haven van Tomo binnengebracht. [-- over de manier van het slepen van boten.] Gaan tegen de middag naar Tomo, een zeer mooi gelegen en door de zeevaart zeer levendig stadje met veel kruidenierswinkels, grotendeels met koopwaar voor zeelieden (strowerk zoals: matten, zeilen, hoeden, schoenen e. d.) De haven, die aan de N.O. kant ligt, biedt de doorgaans kleine Japanse boten een zeer voordelige ankerplaats die beschermd wordt door een sterke muur aan de N. kant en door het stadje en de hoge bergen in het Z.W. Voor de haven peilden we 3 vadem, de haven zelf is op sommige plekken nog ondieper. Vandaar mijn verwachting ontoegankelijk voor Europese schepen, ongeacht het zo aangename en zekere verblijf en de goede gelegenheid zich te voorzien van verfrissingen, water e.d. Maar op een afstand van ongeveer een halve mijl kunnen grotere schepen voor anker gaan onder dezelfde gunstige omstandigheden.
Het stadje dat 7 straten omvat ademt welstand door goed onderhouden woningen. Het schijnt een bevolking van enige duizenden zielen te hebben. We bezochten enkele theehuizen, waar we goed opgenomen werden door de Japanse schonen, een Tempel ……door zijn prachtige ligging met een vrij uitzicht op de zee en bijzonder als een verblijfplaats voor Koreanen, wanneer deze schipbreuk hebben geleden op de kust van Japan.
Ik ging naar de buiten het stadje gelegen tempel Iwosi en besteeg enkele honderd voet van het gebergte op de rug waarvan deze tempel lag. De flora van het gebergte bestaat uit sparren, eiken (Quercus glauca),


Quercus glauca Thunb., collectie NHN

kastanjes, Celtis, Ficus erata, Azalea’s, Eleagnussoorten, Rhus succedaneum, Bamboes, en Dolychos polystachius, die zich door de andere bomen slingerde: Op Rhus succedaneum vond ik Meikevers, in grootte en vorm overeenkomend met die bij ons, maar verschillend in de kleuren van het schild en de buik. Is het een echte soort? Zijn het klimaat en voeding die deze veranderingen veroorzaakt hebben, die niet opvallender zijn als die welke men vind bij vergelijking van het Mongolische ras met karakteristieke individuen van het Kaukasische? Waarbij slechts de opmerking dat ook bij het Mongolische ras individuen gevonden worden die een overgang naar het Kaukasische verraden. Bij onze Japansche meikevers daarentegen lijken alle individuen helemaal gelijk, en scherp afgescheiden van de Europese meikever, wat dat betreft is er dus geen parallel tussen die rassen. – Gaan ’s avonds aan boord: we worden rond middernacht door 30 sleepbootjes buiten de haven gebracht. –


Castanea crenata

zondag 22 juni 2008

de 22ste
Windstilte. laveren tegen de avond langs de kust van Bingo, -- gaan een ½ mijl van de kust voor anker –

zaterdag 21 juni 2008

de 21ste
Lichten de ankers. Windstilte, drijven in het kanaal gevormd door het schiereiland Hibi en de kust van Sanuki. Peilen 19-20 vadem op een zand en mosselbodem. Gaan in de namiddag voor anker, en Dr Bürger en ik gaan met een bootje naar het eiland Josima, waar we een heel mooi dorpje, Siwaku vinden. De goed gebouwde, doorgaans met daktegels bedekte huizen wijzen op welstand. Hier is een zeer geschikte plek om schepen te repareren, de beste van Shimonoseki tot Osaka. Er is namelijk door een zes voet dikke, van graniet gebouwde muur, een groot stuk aan de kust van de zee afgesloten, zodat bij hoog water zelfs de grootste schepen door een bijzondere deur naar binnen kunnen varen en bij ingetreden eb volkomen droog liggen en nauwkeurig nagekeken kunnen worden; men was op dat moment met meer dan zes vaartuigen bezig waarvan men enkele door middel van rondom aangelegde strovuren aan het verhitten was om ze te bevrijden van de schadelijke scheepswormen.
Aan de kust zelf vonden we niets bijzonders. Naast Rozenstruiken, die hier en daar over de rotsen naar beneden hingen, slechts Chenopodiën, Tatsimame?, Sonchus olerac., Phyllantus, Solanum nigrum, enkele Bromussoorten en wilde haver.


Rosa rugosa Thunb., uit Flora Japonica

Het gesteente bestond uit graniet, dat in tamelijk grote blokken de oevers bedekte. We beklommen een bergrug, die een zeer verkommerde flora liet zien: dwergsparren en eiken, Euria’s, Lespedeza’s, Smilax china. rozen, allemaal zeer laag, nauwelijks enkele voet hoog,


Lespedeza sp.


doorgroeid met Galium, Anhemis grandiflora, Brunella, Cyperus en enkele andere grassen, op een plek Gonocarpus en een paar mij niet helemaal bekende planten.


Smilax china L.

We rustten in een boerenhuis en keerden tegen de avond aan boord terug. Hier en daar is het eiland bebouwd en brengt graan en andere dagelijkse groenten en plantaardige benodigdheden voort.

vrijdag 20 juni 2008

de 20ste
Bevonden ons in de morgen op de hoogte van Muro, doen lengteobservaties, het eiland Jesima en Awasi in het zicht (het west punt van Jesima N+W 45º, N. punt van Awasi. N+O 87º, het Z. P. Z.+ O 14º peilend) Er komt een windstilte, we nemen middaghoogte. Tegen de avond zwakke wind, moeten echter om middernacht toch het anker laten vallen bij het eiland …?…

donderdag 19 juni 2008

de 19de
Begeven ons ’s middags aan boord en gaan met de tegen de avond gunstige wind onder zeil. Zeilen door de Straat tussen Akasi en het eiland Awasi. Het vaarwater door deze Straat is goed: kon met [een peillood van] 30 vadem de grond niet bereiken, de zeelieden zeggen dat de diepte hier 70 vadem is. Aan de kant van Akasi is een rotsbodem, aan de kant van Awasi zand.


De maalstroom van Naruto, uit Nippon

woensdag 18 juni 2008

de 16 – 17 – 18de
Tegenwind vertraagde de boten die onze goederen van Osaka hier naartoe zouden brengen – waardoor onze inscheping enkele dagen werd opgeschoven. Intussen gingen we voor ons plezier hier en in de stad wandelen. Hijoko zelf is een stad van ongeveer 60 straten en 16.000 inwoners en door de aan de oostkant gelegen haven bijzonder levendig. Alle artikelen, de gewone levensbehoeften en die welke speciaal voor zeelieden bestemd zijn, zijn hier te koop in tamelijk goede kramen – waarvan de meeste staan op een brede straat die langs de stad loopt. Daarnaast verkoopt men hier zeer goede stromatten en gegoten ijzerwaren.


De haven van Hyogo, uit Nippon

De haven vormt aan de oostkant van de stad een halve cirkel van meer dan 1 Japanse mijl. Hier liggen voortdurend zeer veel boten, groot en klein, en voor de haven ziet men een zeer groot aantal boten kruisen die op weg zijn naar Osaka. Ik geloof niet, dat er ergens ter wereld voortdurend een zo ongehoord grote hoeveelheid kleine en grote vissers- en handelsboten onder zeil zijn als hier in de baai van Hioko en Osaka. Men verzekerde mij dat in deze grote en enige handelsstad van het Japanse rijk 10.000 grote en kleine vaartuigen in en uitvaren. Met het blote oog kan men er honderden tellen vanaf de meeste plaatsen die een vrij uitzicht bieden op deze zeekust. De oevers van de haven zijn aan beide zijden met zand bedekt waarop men hier en daar zelfs grote vaartuigen bouwt en repareert. De scheepswerven hier zijn beroemd. De haven moet doorgaans meer dan 5 vadem diep zijn en de zeer grote vaartuigen die men dichtbij het strand aan het inladen is, zijn daarvan een treffend bewijs. – Achter de stad Hioko strekt zich van N-Z een tamelijk hoog gebergte uit. De Majasanberg in het N., de Takaijama in het Z. die zich hier bij, verheffen zich achter de zich vanaf Osaka tot vlak bij de stad uistekkende vlakte als een machtige beschermende muur voor de kust en vormen daarmee de basis voor het bestaan van de veelbezochte haven.
Ik bezocht het voor ons bestemde schip, hetzelfde waarmee we van Shimonoseki naar Muro gevaren waren en trof aanstalten voor een aangename bewaarplaats voor mijn levende gewassen en dieren; we moesten ze echter onderbrengen op een vaartuig dat speciaal gehuurd was voor dit doel. We hadden veel plezier in een theehuis.