zondag 25 mei 2008

De 25ste
Gisteren was de broer van mijn student Riosai naar me toegekomen, en ik beloofde hem in Kakagawa‘te bezoeken, ik haastte me daarom vroeg voor de stoet uit en verbleef enige tijd bij deze vriend, die me stenen en andere naturaliën cadeau gaf. Kakagawa en de eromheen liggende dorpen zijn beroemd vanwege een stof die geweven wordt uit Dolichos hirsutus. Juist nu was men bezig met het snijden van de jonge scheuten – deze werden in grote bundels gebonden, en kort gekookt – de schil/bast van de houtkern geschraapt – dan in stromend water uitgewassen en voldoende van kleurstoffen gezuiverd in de zon gebleekt, dan tot fijne lange draden getrokken, en zo geweven. Maar alleen als inslag. Bij het dorp Mitsuke vond ik een vliegenvangende Drosera, een laag moerasplantje.


Drosera peltata Sm.

In de nacht kwamen we met zeer slecht regenweer aan in Hamamats. Sinds ons vertrek uit Edo was vooral in de ochtend de hemel doorgaans betrokken en daarom had ik tot mijn spijt nog geen gelegenheid gehad om een lengtewaarneming te doen. –

zaterdag 24 mei 2008

24ste
In de morgen trekken we uit Futsiu, gaan over de rivier de Abegawa, komen door het …?…. gebergte en houden middagpauze in Futsijeda. In de dichte wouden van dit gebergte bevonden zich nog veel voor mij nieuwe gewassen, waaronder Acer-soorten en Atragenen mij mooie sierplanten leken. Veelvuldig kwam hier ook Laurus sassafras Linn. voor, die echter geen Laurus is. Het voorkomen van deze boom bevestigt weer de overeenkomst van de N. Amerikaanse flora met die van Japan. Over dit zo interessante geneesmiddel informeerde ik in Edo ook de K[eizerlijke] artsen. Japan heeft in zijn flora enkele van de in Europa meest gebruikelijke plantaardige geneesmiddelen als Valeriaan, Rad. China, Cort. Hypocastan. – Mentha – foeniculum – Calmus en verschillende Umbelliferen etc. De flora van dit gebergte onderscheid zich van die van zuidelijk Japan en men vindt weinig Lauria’s – Euria’s – Mirthe, terwijl de wouden grotendeels gevormd worden door Hydrangia’s, Lindera, Deutzia’s,


Deutzia

Bumalda [* ?], Sambuccus pubescens, Ligustrum, Quercus dentata, Ulmus Keaki, Fagus en Acersoorten. Bij enkele dorpen vond ik Aleurites (een grote boom) geplant. Uit de noten van deze boom perst men olie om te branden [voor verlichting?]. Na het middagmaal in Futsijeda zetten we onze reis voort door het bergachtige landschap, via Simada tot aan de oever van de beruchte Oigawa, waar we net zoals tijdens onze heenreis overheen werden gedragen. De rivier lag ongeveer een voet [ 30 cm] lager dan de vorige keer. Het water had een zeer melkachtige kleur. In het Fabelgebergte Nitsitakatooge sloeg ik nu hier en daar zijwegen in, verfriste me met thee en honing in een in het gebergte liggend theehuis terwijl ik genoot van een prachtig uitzicht op dit veelheuvelig landschap en mij lustig onderhield met leuke bergmeisjes die ik ringen en haarsieraden gaf.


Hydrangea luteo venosa

Daarna wandelde ik met enkele van mijn bedienden in de stille koele avond door het gebergte naar ons nachtlogies, waar de anderen al een uur eerder aangekomen waren – (ik geniet alle mogelijke vrijheid). Ben tot diep in de nacht bezig met het ordenen en drogen van mijn botanische schatten.


Hydrangea involucrata
Sieb.

vrijdag 23 mei 2008

23.
Zetten onze reis voort naar Futsju. Op de weg kwamen veel karren bespannen met ossen ons tegemoet: deze zijn zeer plomp gebouwd. De wielen zijn zeer verschillend van de Europese door de veelheid van dwarsbalkjes en de brede krans die van dwarsbalk naar dwarsbalk met een tussenhout verbonden is. Op de plaats van de banden waren er uitstekende knoppen op de krans in de vorm van een ∞ met bamboe vervlochten, om zo de krans dichter bij elkaar te houden en slijtage ervan te voorkomen (overigens een gebrekkige manier). De manier waarop de ossen de kar moesten trekken, is voor de dieren zelf zeer bezwaarlijk. Een aan de dubbele dissel bevestigde jukboog rust tussen de nek en de schoft , waar zich een tamelijk grote knobbel gevormd heeft, waartegen het juk bij het trekken aanzet,en omdat juk zich er bijna vrij over heen en weer beweegt, is deze plek vaak ingedrukt. Men gebruikt geen leidsels, door de neus loopt een ring waarmee het dier door middel van een touw geleid wordt: Het zijn doorgaans onbesneden ossen.
Rond Futsiu zijn veel rijstvelden en de onlangs op kleine veldjes gezaaide rijst is nu enkele duimen (centimeters) hoog opgeschoten en nu maakt men de grote rijstvelden klaar voor het verplanten; een zeer moeizaam werk,de overstroomde grond met een hak (….) open te hakken en in voren te leggen. ( Men noemt dit werk …..).We kwamen vroeg in Fitsiu aan en bekeken en kochten wat vlechtwerk en houtwerk, dat in heel Japan beroemd is.

donderdag 22 mei 2008

De 22ste
Van Misama gingen we naar Numats, waar onlangs de tolk Densaaimon gestorven is als gevolg van buiksnijden [harakiri] Een prachtige met grote boerderijen bezette straat voert naar Hara, waar wij de bovengenoemde tuin opnieuw bekeken. Primula’s, Peonia’s, Iris, Dianthus, Azalia’s, in bloei. Kwamen ’s avonds vermoeid aan in Kanbara.


Primula japonica

Bij een betrokken hemel was de Fuji berg niet te zien, maar tegen de middag was het weer wat veranderd en vanuit het dorp ……. genoot ik alsnog van een verrassend uitzicht op de met sneeuw bedekte top van de berg. Alleen de diepe omlaag lopende kloven van deze berg waren met sneeuw gevuld en toonden zich als lange strepen vanaf de top van de berg naar beneden, doorlopend tot op de helft van de rug.


Iris ensata

Een prachtig landschap aan de voet van de berg. (Josiware, [dorp? met]zelfde naam als op de weg naar Edo). De gerst begint te rijpen (H. hexast)

woensdag 21 mei 2008

de 21ste
Onze woning lag vlak bij zee zodat men het sterke bruisen van de zee duidelijk kon horen; een harde wind en regen gaf de hele nacht weinig hoop op een gunstige doortocht van het Fakonische gebergte. Maar met het aanbreken van de dag was het weer veranderd en we verlieten Otawara op een bijna zwoele morgen. Mijn oude vriend Toknai had mij vanaf Edo tot hier begeleid, en nu, op de brug Samaibas bij Jamasaki nam deze dappere verdienstelijke grijsaard afscheid. Hier gingen wij omhoog in het gebergte over een met ongelijke stenen geplaveide weg. Afwisselende schitterende uitzichten. Kleine restaurantjes. – De meeste geslachten van Thunberg in bloei. Sansjoouwa [sansho uwo, de reuzensalamader.] wordt hier als geneesmiddel verkocht.


Ongepubliceerde plaat van de door Siebold meegebrachte reuzensalamander

Sainokawara1; een sekte van Boeddha-priesters. De God Dsiso; een mooie cypressenlaan loopt to aan de zee, de keizerlijke wacht uit Hakone niet bijzonder versterkt. Slecht bezet. Aankomst in Fakone […?…]. – De barometer staat op 26’1. Thermometer 71°, hygrometer 49. aan de voet [van de berg] ongeveer 50. – Verlaten na 3 uur het stadje Fakone, dat dieper ligt. Stegen nog wat hoger, doen bij de grenspaal van Iga en Sakami nog een waarneming, die 25’5 was. – Komen bij het invallen van de nacht heel moe aan in Misima. De betrokken hemel maakte het onmogelijk een lengtemeting te doen. –

dinsdag 20 mei 2008

de 20ste
Zetten we onze reis langs de zeekust naar Odawara voort via Hiratsuka en Oiso, trekken door bloeiende tarwe- en gerstvelden.


Hordeum vulgare L., collectie NHN

Komen in het dorp Oiso de stoet van de landheer van Ise, Todo Daikf tegen (35 man Kokf [=met een inkomen van 350000 Koku rijst]). Na het eten trok de vorst langs onze herberg, met veel onderscheidingstekens zoals lansen, bogen, geweren, een groot gevolg, rijpaarden e.d. voor en achter zich. Afgezien van deze onderscheidingstekens was er in de stoet weinig orde.(Op deze dag weinig botanische aanwinsten) De reizen van de landvorsten zijn vanwege de vele dienaren en beambten heel omslachtig. – komen ’s avonds tegen 6 uur aan in Otawara.

maandag 19 mei 2008

De 19de
Begunstigd door heerlijk weer, verlaten we na 6 uur Kawasaki, genieten van een prachtig uitzicht op de baai en het in het jonge groen pralende landschap. In de dorpen Tsurimi en Nama zijn nog veel uitstekend geconserveerde peren van het vorig jaar te koop. De perenbomen worden hier op een speciale manier langs een latwerk met de vorm van een tafel geleid. We hielden middagpauze in Kanazawa en kwamen tegen 5 uur bij Fusimi. – Men had kort geleden rijst gezaaid: de rijstvelden werden gereedgemaakt voor het beplanten.

zondag 18 mei 2008

De 18de
Vertrek uit Edo. In de straten verdrongen de mensen elkaar om ons te zien – De gelaatskleur en de vorm van het gezicht van de bewoners van Edo zijn heel verschillend; van het mooiste rozenrood tot zwartig korengeel.
Nipponbas – Kiobas – Sibakutsi – Kanasuki, Takanaba – Sinagawa. Hier onthaalde de oude vorst Nagts ons in zijn theehuis – Susugamori, hier een gerechtsplaats waar een paar dagen geleden een brandstichter was verbrand. In Omuri werden we ontvangen door de prins Nagats die ons te paard tegemoetgekomen was – Rokukoo – Kawasaki. –strobewerking, zeeplanten.

vrijdag 16 mei 2008

De 16de kreeg ik een brief van de Keizerlijke artsen, waaruit ik opmaakte dat Z.M. de Keizer hun verzoek had afgeslagen. Nadere toedracht hiervan. Het vertrek uit Edo wordt vastgesteld op de 18de.

donderdag 15 mei 2008

De 15e .
Afscheidsfeest voor de keizerlijke doktoren. Globius komt me de mooiste kaarten van Japan laten zien en beloofd dat ik ze zal krijgen, en hij heeft ook echt zijn woord gehouden.

zaterdag 10 mei 2008

Veel keizerl. artsen

vrijdag 9 mei 2008

Veel keizerl. artsen.

donderdag 8 mei 2008

de 8ste
De 8ste. Veel artsen van landheren en keizerlijke artsen. Ik hoor dat de Chinese artsen een intrige tegen me zijn begonnen vanwege mijn langere verblijf in Edo.

woensdag 7 mei 2008

de 7de
Bezoek van de Landheer van Nagats, een uitrusting voor de valkenjacht kado gekregen. De keizerlijke astronoom Globius. Schitterende kaarten van Jezo, Krafto; de Straat van Sangar heet Tsugar. De Straat tussen Segalien en de mond van de Amur – Mamijanoseto. Krijg de toezegging alle geografische werken van deze archipel te zullen krijgen. – Reis van een Japanner M. Rinzoo naar Santang. Beschrijving van Krafto. – Veel keizerlijke artsen komen openlijk op bezoek.


Valkenjacht door Kawahara Keiga, collectie Volkenkunde

dinsdag 6 mei 2008

de 6de
K. artsen en artsen van landheren; goede berichten over mijn langer verblijf in Edo

maandag 5 mei 2008

de 5de
(zeer ernstige oogontsteking). Krijg bezoek van de oude vorst van Satsuma. –

zondag 4 mei 2008

de 4e
Afscheidsaudiëntie bij de Keizer en de kroonprinsen. Ik vraag de keizerlijke bedienden of wij de gezant mogen begeleiden bij zijn audiëntie omdat ik het oneervol vind alleen achter te moeten blijven. Dit wordt na ruggespraak met de gouverneur en andere aanzienlijke heren toegestaan, maar slechts in zo verre, dat wij, als de gezant zijn compliment overbrengt, voor de ingang moeten blijven staan. Nog altijd smadelijk genoeg!


Edelman aan het hof, door Kawahara Keiga, collectie Volkenkunde

zaterdag 3 mei 2008

de 3e
Bij de Zisja gobugjo, de leider van de burgerlijk en geestelijke aangelegenheden en stadhouder van Edo. (meer details hierover in bovengenoemde schets uiteengezet)


Kleding aan het hof, door Kawahara Keiga, collectie Volkenkunde

vrijdag 2 mei 2008

De 2e
Audiëntie bij de 2de staatsraden. Op dezelfde manier.[met] dezelfde haast. Krijg
’s avonds een botanisch werk, om te vertalen voor de keizer. Een Duitse uitgave van Weimann.


Haardracht van de vrouw van de shogun, door Kawahara Keiga, Collectie Volkenkunde

donderdag 1 mei 2008

De 1ste mei.
Audiëntie bij de keizer en de kroonprins. Verlaten onze woning voor zes uur. Na ongeveer 1000 passen door de stad getrokken [te zijn], komen we aan de oostelijke poort van het slot. [We] worden in onze norimono voornamelijk in westelijke richting gedragen door de mooie brede straten, waarin aan beide zijden goed onderhouden paleizen van de landvorsten staan, tot aan de eerste poort van het keizerlijke paleis.
Hier opent zich langs de gracht een tamelijk lang plein waar de stoeten van de landvorsten en andere aanzienlijken gewoonlijk stoppen, links een lang gebouw dat dient als rustplaats voor dragers en paarden. Hier verlieten wij nu onze norimono en trokken door de poort van het keizerlijke voorpaleis. {We] rusten hier in een net voor het keizerlijke slot gelegen wachthuis, de wacht(plaats) van de honderd lijfwachten hjak' nin banjoo waar de gouverneur van Nagasaki, de hofspion en de vreemdelingencommissarissen ons welkom heetten. - drinken slechte thee. - Hierna trekken wij het echte keizerlijke paleis binnen, dat iets verhoogd in het noorden ligt en is voorzien van dubbele zware poorten.
De ingang lijkt op die van een Boeddhatempel; we rusten in een kamer met een oppervlakte van ongeveer 36 matten. - komen de gouverneur en de beide anderen ons eveneens verwelkomen; de keizerlijke bedienden zijn kaalgeschoren net als de bonzen. - gedragen zich over het algemeen niet eerbiedig, de jonge leerlingen zeer onaardig, ze lopen lomp stappend door de voorplaats; we moeten lang wachten. - gaan in de audiëntiezaal kijken, waar de geschenken net staan. Dansplaats (zie de dans No).
- De gezant moet leren hoe hij een compliment moet maken, overdreven angst hierbij van de kant van de Japanners. De bedienden hebben de overhand, zijn gemene lieden, brutaal - slecht gekleed - zullen wel rijk zijn door hun wangedrag- wij, de secretaris en ik, komen terug in de rustkamer. - gezant gaat naar de audiëntie, komt snel terug, we worden bekeken door veel landvorsten. De gouverneur komt zijn gelukwensen brengen. Onze gezant geeft de gouverneur van Nagasaki een verzegelde brief. - De gouverneur neemt de brief niet aan - maar geeft hem door aan de opperbanjoost. Spoedig hierna verlaten wij het keizerlijke kasteel - komen in het paleis van de kroonprins.


De shogun, door Kawahara Keiga, collectie Volkenkunde

Vanaf de brug ...?... die naar het binnenste kasteel voert mooi uitzicht op de stad Edo die aan de oostelijke horizon uitgebreid vlak voor ons ligt. De kroonprins is niet aanwezig, een raadsheer neemt de audiëntie af. Het ceremonieel is hetzelfde als in het keizerlijke paleis, we verlaten het paleis en leggen bezoeken af bij de 7 eerste staatsraden.
Worden steeds door de secretarissen ontvangen en krijgen gemalen groene thee en gebak - alles zeer stijf. (korte beschrijving van de audiëntie in een van deze paleizen)
- Wij verdrijven de verveling, die nog verhoogd wordt de door de stilte en stijfheid van onze gezant, door het bekijken van vrouwelijke schoonheden die ons begluren door uitsparingen in de papieren ramen. Wij komen laat in de avond terug in onze woning. Het overhandigen van de brief van de kant van onze gezant in het keizerlijke paleis nemen we hem zeer kwalijk.